MELDINGSPLICHT VAN DE WERKEN AAN DE RSZ

I.1.1 Wat houdt deze meldingsplicht in?

In het kader van controle van arbeiders op een bouwwerf wil de RSZ op voorhand weten

welk bedrijf wanneer op een werf actief zal zijn. Daartoe moet elke aannemer die

rechtstreeks een contract heeft met de bouwheer zijn werven melden bij de RSZ, de

zogenaamde “werkmeldingsplicht” of “werfmeldingsplicht”.

De (hoofd)aannemer moet de RSZ inlichtingen verstrekken over de omvang en de locatie

van de werken en de identiteit van de bouwheer (opdrachtgever) en de eventuele

onderaannemers. Onderaannemers en opdrachtgevers moeten nooit zelf een melding naar

de RSZ doen.

Doen deze onderaannemers op hun beurt een beroep op een andere onderaannemer, dan

dienen zij voorafgaandelijk de hoofdaannemer hiervan op de hoogte te stellen, zodat deze

de RSZ kan verwittigen.

De aannemers in de bouwsector zijn gebonden aan een aantal wettelijke verplichtingen

inzake melding van werken. Afhankelijk van de aard en de omvang van de uitgevoerde

werken, moeten diverse meldingen aan verschillende instellingen uitgevoerd worden die

daarenboven gedeeltelijk dezelfde gegevens bevatten.

Naast de melding van de werken 30bis aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (cf. infra),

moeten nog volgende meldingen gebeuren:

– de melding van tijdelijke of mobiele bouwplaatsen aan de Federale

Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg – Administratie van

de ArbeidsVeiligheid (AAV);

– de melding van asbestverwijderingswerken aan de Federale Overheidsdienst

Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie –

Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG);

– de melding van werken in een hyperbare omgeving aan de Federale

Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische

Inspectie – Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG);

– de melding van zandstraalwerken aan de Federale Overheidsdienst

Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg / Medische Inspectie –

Administratie van de Arbeidshygiëne en -geneeskunde (AHG).

I.1.2 Toepassingsgebied

Sedert 1 juni 2009 moeten alle werken in onroerende staat en daarmee gelijkgestelde

werken gemeld worden. Hierbij wordt expliciet verwezen naar de BTW-wetgeving.

Enkele voorbeelden: schoonmaak- en onderhoudswerken, dakbedekking, loodgieters- en

zinkwerk…

In de praktijk dienen alle diensten gemeld te worden die ook in aanmerking komen om, in

voorkomend geval, gefactureerd te worden met de verlegging van de heffing (BTW

medecontractant). Hierbij mag niet uit het oog verloren worden dat ook de werken bij

particulieren en bepaalde klanten, die niet BTW-plichtig zijn, moeten gemeld worden!

I.1.3 Wanneer moet een contract gemeld worden?

De RSZ (op grond van artikel 30 bis van de wet van 27 juni 1969) verstaat onder “contract”

een mondelinge of schriftelijke verbintenis waarmee de aannemer zich tegen een bepaalde

prijs ertoe verbindt om werken in naam en voor rekening van een opdrachtgever uit te

voeren. Het is op dit contractueel niveau dat de werkmelding “30 bis” moet gebeuren en

het komt aan deze aannemer toe om het contract en alle onderaannemers die in het kader

van dit contract optreden of zullen optreden, te melden.

Een ander type van contract is een mondelinge of schriftelijke overeenkomst waarmee een

aannemer zich tegen een bepaalde prijs ertoe verbindt om werken, een deel van een werk

uit te voeren voor rekening van een andere aannemer. Dit type van contract wordt

aangegeven via de melding van de onderaannemers en de reproductie van de keten van de

relaties tussen de optredende partijen.

Een contract voorziet een datum van begin der werken, de einddatum kan worden

aangepast in functie van de ontwikkeling van de werken.

Het contract kan betrekking hebben op diverse tussenkomsten (onderhoudswerken,

herstelwerken …) gedurende een periode en volgens een periodiciteit die in het contract

zijn omschreven.

Uitzondering

Een werk in onroerende staat moet niet gemeld worden indien aan 2 voorwaarden is

voldaan:

§ De aannemer doet geen beroep op onderaannemers EN

§ Het totale bedrag (exclusief BTW) is lager dan 25.000,00 EUR

Indien tijdens de uitvoering van de werken aan één van de uitzonderingsvoorwaarden niet

meer voldaan wordt, moet de aannemer de RSZ hiervan onmiddellijk op de hoogte

brengen en alsnog de werken melden. Bij het inbrengen van een elektronische

werfmelding kan voor het luik 30 bis aangevinkt worden dat bij de aanvang van de werken

het totaalbedrag, BTW niet inbegrepen, lager was dan 25.000 EUR en er geen beroep op

onderaanneming was voorzien.

1/ Totale bedrag < 25.000,00 EUR:

Een werkmelding is dus nodig wanneer uit het “contract” met de klant (in principe de

prijsofferte) blijkt dat de klant in totaal minstens 25.000,00 EUR (excl. BTW) zal moeten

betalen. Doet de klant meer dan eens een beroep op de aannemer, waarbij de aannemer

telkens een aparte offerte opmaakt, dan moet de aannemer in principe enkel de werken

melden waarvoor de (prijs)offerte minstens 25.000,00 EUR bedraagt.

Wat de RSZ (en bij betwisting een rechter) onder ‘één contract’ verstaat, blijft echter een

feitenkwestie. Als de aannemer het werk op één werf in verschillende prijsoffertes (elk

voor minder dan 25.000,00 EUR) steekt en de klant die verschillende offertes allemaal

tegelijk ondertekent, dan zal de RSZ wellicht toch moeilijk doen als de totaalprijs van al

die offertes tezamen boven de grens van 25.000,00 EUR uitstijgt.

2/ Geen beroep doen op onderaannemers:

Soms is toch een werkmelding nodig, ingeval het factuurbedrag lager is dan 25.000,00

EUR, met name wanneer de aannemer met onderaannemers werkt.

I.1.4 Wie moet een werkmelding doen?

I.1.4.1 Wanneer moet de aannemer de werken melden?

De aannemer (aannemer die de aangifte doet) op wie de opdrachtgever (bouwheer) een

beroep doet om, tegen een prijs, werken in onroerende staat uit te voeren of te laten

uitvoeren, moet de werken melden en alle inlichtingen betreffende de bouwplaats, de

opdrachtgever en de eventuele onderaannemers verstrekken. De melding moet gebeuren

vóór de aanvang van de werken.

Een onderaannemer die op zijn beurt een beroep zal doen op andere onderaannemers

moet de aannemer die aangifte doet hiervan voorafgaandelijk in kennis stellen zodat de

hoofdaannemer hiervan melding kan doen. Onderaannemers die nog niet gekend zijn op

het ogenblik dat de werken gemeld werden en waarop later toch een beroep wordt

gedaan, moeten door de aannemer die de aangifte doet toegevoegd worden aan de

werkmelding.

I.1.4.2 Wanneer moet de bouwpromotor de werken melden?

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verstaat onder een bouwpromotor die de werken

moet melden1, een aannemer uit de bouwsector, die zelf eigenaar is van het terrein en/of

van het onroerend goed, die de bedoelde werken zelf uitvoert of laat uitvoeren voor een

bepaalde prijs, om daarna het onroerend goed geheel of gedeeltelijk te verkopen of te

verhuren, waarbij deze aannemer/opdrachtgever zelf of met eigen personeel een

activiteit die geviseerd wordt door het artikel 30 bis uitvoert, in gelijk welk stadium van

de werken.

Deze onderneming die dus zowel opdrachtgever als aannemer is, moet2 de werken en de

onderaannemers melden.

Indien een promotor geen enkele geviseerde activiteit (werk in onroerende staat)

uitvoert, in gelijk welk stadium van de werken, is/zijn het de aannemer(s) waarmee hij

als opdrachtgever rechtstreeks een overeenkomst gesloten heeft, die de werken moet(en)

melden.

I.1.4.3 Buitenlandse (hoofd)aannemer

Voor een buitenlandse onderneming die werken uitvoert in België gelden dezelfde regels

als voor de Belgische bedrijven: zij moet eveneens een werkmelding uitvoeren.

Aangezien sedert 1 juni 2009 de elektronische aangifte verplicht is, moeten de

buitenlandse ondernemingen die een werkmelding dienen uit te voeren eveneens over een

ondernemingsnummer in België beschikken. De buitenlandse firma’s die hier nog niet over

beschikken, kunnen dit aanvinken in de aangifte en krijgen automatisch op het scherm

een aanvraagformulier dat door de RSZ (initiator van het ondernemingsnummer)

behandeld wordt, nadat het ingevuld werd. Na het toekennen van een

1 In toepassing van het artikel 30 bis, § 7, 5e lid, van de wet van 27 juni 1969.

2 In toepassing van artikel 30 bis, § 7, 5e lid.

ondernemingsnummer kan de buitenlandse ondernemer overgaan tot het melden van de

werken.

I.1.4.4 Buitenlandse onderaannemers

Buitenlandse onderaannemers die werken in onroerende staat uitvoeren, moeten

eveneens via de elektronische werfmelding aangegeven worden. Voor Belgische

onderaannemers is de invoering van hun ondernemingsnummer verplicht. Voor het

aangeven van buitenlandse onderaannemers heeft men de keuze tussen een aangifte met

of zonder ondernemingsnummer. In het laatste geval moet men alle verplichte gegevens

invoeren in de elektronische werfmelding. De RSZ verwerkt de toekenning van een KBOnummer

aan deze onderneming.

I.1.4.5 Werf in het buitenland

Werken in het buitenland moeten NIET gemeld worden aan de Belgische sociale

zekerheid, maar eventueel aan de bevoegde instanties van het betrokken land.

De Franse wetgever voorziet bijvoorbeeld dat een niet in Frankrijk gevestigde werkgever

die op Frans grondgebied werknemers tewerkstelt, voor de aanvang van de werken, de

lokale arbeidsinspectie dient in te lichten.

I.1.5 Meldingsprocedure

Aan de hand van de toepassing ‘Unieke werfmelding’ (UWM) op de portaalsite van de

sociale zekerheid, moeten de aannemers die werken in onroerende staat uitvoeren, deze

werken elektronisch melden.

www.socialsecurity.be, klik achtereenvolgens op:

Aannemers onroerend goed

Art. 30bis inhoudingsplicht / Unieke werfmelding

I.1.6 Informatie die moet worden verstrekt bij de melding

De te verstrekken inlichtingen hebben betrekking op volgende informatie:

§ de aard van de werkzaamheden (beschrijving van de uit te voeren werken);

§ de datum van ondertekening van de overeenkomst;

§ de plaats(en) van de werken;

§ het bedrag van de werken;

§ de identificatie van de opdrachtgever;

§ de identificatie van de onderaannemers;

§ de duur van de werken (vermoedelijke begin- en einddatum van de werf);

§ de begin- en einddatum van de tussenkomst van de verschillende onderaannemers

op de werf.

Voor meer info:

www.socialsecurity.be, klik achtereenvolgens op:

Aannemers onroerend goed

Art. 30bis inhoudingsplicht / Unieke werfmelding

Veel gestelde vragen: hoe de werken melden + wat aangeven?

Ook de andere verplichte meldingen (cf. I.6.1), gebeuren via de Unieke Werfmelding.

I.1.7 Sanctionering bij gebreke aan tijdige of bij foutieve melding

Wanneer de werken niet gemeld worden aan de RSZ gelden volgende sancties :

– 5% van het bedrag van de niet aangegeven werken;

– 150 EUR voor elke verkeerde informatie.

De onderaannemer die op zijn beurt beroep doet op een onderaannemer, dient de

aannemer daarvan voorafgaandelijk schriftelijk in kennis te stellen en hem alle juiste

inlichtingen verstrekken die nodig zijn om de RSZ in te lichten.

De onderaannemer die nalaat dit te doen, is aan de RSZ een som verschuldigd gelijk aan

5 % van het totaal bedrag van de werken, exclusief de BTW, die hij heeft toevertrouwd aan

zijn onderaannemer of aan zijn onderaannemers3.

Wanneer de fout bij de onderaannemer ligt, dan zal het bedrag van de boete van de

hoofdaannemer verminderd worden met de som die de onderaannemer voor zijn

overtreding reeds heeft betaald aan de RSZ.

Let wel, in de praktijk komt het vaak voor dat enkel de hoofdaannemer een boete krijgt

opgelegd. Het is dan ook van belang dat de hoofdaannemer in zijn aannemingscontract

met zijn onderaannemer, een clausule opneemt waarin hij stelt dat hij een boete,

opgelopen door een fout van de onderaannemer, kan recupereren bij de onderaannemer.

3 Art. 30bis §8, tweede lid.

Sorry, comments are closed for this post.

Laatste nieuwsberichten

Disclaimer | A Nonius bvba website creation

Bezoek de website van Nonius bvba